Zo speel je Felheid van lampen
- Kies een test en lees op de kaart de lampen en de bron.
- Gebruik P = V·I, P = I²·R of P = V² ÷ R; maak van een typeplaatje een weerstand met R = V² ÷ P.
- Typ je voorspelling en druk op Start. De bron stijgt en elke lamp brandt met haar eigen vermogen.
- Vergelijk de wattmeters en de staven met je oranje voorspelling.
Elektrisch vermogen
Vermogen is hoe snel elektrische energie wordt omgezet in licht en warmte, gemeten in watt (joule per seconde): P = V·I. Met de wet van Ohm kun je P = I²·R of P = V² ÷ R schrijven. Het etiket van een lamp, zoals 60 W bij 230 V, geeft het vermogen bij die spanning en legt dus haar weerstand vast, R = V² ÷ P = 882 Ω. Op een andere spanning of in een andere kring neemt ze een ander vermogen op: de halve spanning geeft een kwart van het vermogen, en twee lampen in serie verdelen de spanning, zodat elk veel minder opneemt dan haar etiket. In serie gaat dezelfde stroom door beide, dus neemt de lamp met de grootste weerstand, die met het kleinste nominale vermogen, het meeste op: een lamp van 60 W brandt feller dan een van 100 W ernaast. De felheid volgt het echt opgenomen vermogen, niet het getal op het glas.
Een gericht leermodel
De lampen houden de weerstand die hun typeplaatje geeft (de weerstand van een echte gloeidraad stijgt als hij heet wordt, dus een koude lamp neemt meer op), en de draden en meters zijn ideaal. De bron stijgt 2 s gelijkmatig vanaf 0 en blijft 1 s. De gloed volgt het vermogen van elke lamp op een vaste schaal: volle gloed bij 100 W. De elektronenstippen bewegen met een snelheid die bij de stroom past, niet met de echte driftsnelheid. Antwoorden binnen 2 % zijn goed.